Peilen in de postmoderne samenleving

Categories: belevingsonderzoek, publieksonderzoek

Het is alweer een paar weken geleden en door de formatie al compleet uit het nieuws verdwenen: de peilingen naar aanloop van de verkiezingen die volgens de verschillende media dit keer toch echt van geen kant klopten. Er was veel kritiek op de peilingen, ze hadden niet goed gemeten, er waren er veel te veel of ze waren zelfs geïnfiltreerd.

Ik wil het niet hebben over de kwaliteit van de metingen. De meeste bureaus die dit soort peilingen uitvoeren zijn gedegen onderzoeksbureaus die weten hoe ze het beste kunnen meten. Veel interessanter is de discussie hoe een peiling an sich de mening van al dan niet zwevende kiezers vormt. Op twee manieren: zowel de meting zelf, als de bekendmaking van de resultaten.

In de Nederlandse postmoderne samenleving zijn verkiezingen een stuk complexer dan vroeger tijdens de verzuiling. En zeker in een wereld waar de enige constante factor verandering is. Logisch dus dat steeds meer mensen “zwevende kiezer” zijn. Want wat is nu een zwevende kiezer? Die grote en bij elke verkiezing groeiende groep bestaat niet alleen uit mensen die na heel lang en diep nadenken en zorgvuldig alle partijen en standpunten afwegen nog steeds niet weten op welke partij ze willen gaan stemmen. Het grootste deel van die groep bestaat volgens mij uit mensen die daags voor de verkiezingen om allerlei redenen (druk leven, gezonde afkeer van het verkiezingscircus, politieke desinteresse, etc.) nog niet erg hebben nagedacht en afgewogen waarop zij willen gaan stemmen.

En wat nu wanneer je onder deze grote groep zwevende kiezers, die nog niet hebben nagedacht en afgewogen, een peiling houdt? Als je deze mensen een vragenlijst voorlegt gaan ze op dat moment nadenken over hun keuze. Dát is wat je teweegbrengt met je peiling. Daarover hoor je maar weinig sociale wetenschappers en beleidsonderzoekers spreken, want dat willen we eigenlijk niet weten: dat we met het onderzoek zelf op de respondenten wel degelijk een effect hebben, dat er niet geweest was zonder dit onderzoek.

En wat gebeurt er wanneer je het resultaat van het onderzoek deelt met de grote groep zwevende kiezers die nog niet hebben nagedacht en afgewogen? Een deel van die groep zal dan gaan nadenken en afwegen – en deze groep neemt de resultaten van het onderzoek in hun afweging mee! Ook op de grotere groep dan alleen de respondenten van het onderzoek zelf, hebben de resultaten van het onderzoek zelf een beïnvloedend effect.
Het resultaat van de peiling zal dus bij bekendmaking in de media invloed hebben op het stemgedrag. Wat betekent dat de peiling daags na de bekendmaking ervan al niet meer strookt met de “werkelijkheid” van dat moment. Peilingen zijn na bekendmaking dus gelijk oud nieuws…

Wat kunnen we hieruit leren voor het doen van beleidsonderzoek of publieksonderzoek? Vooral dat het niet mogelijk is een onderzoek uit te voeren zonder je publiek te beïnvloeden. En wanneer dit niet mogelijk is, je dit feit beter met je mee dan tegen je te laten werken. Door onderzoek uit te voeren dat volledig bewust is van die beïnvloeding, daar integer mee omgaat en die beïnvloeding ten positieve gebruikt: namelijk richting de – door iedereen – gewenste verandering. De enige onderzoeksmethode die ik ken die dit doet is belevingsonderzoek op basis van zuiver communiceren. Graag hoor ik van andere methoden!